April 2011

In het nummer van april 2011 staan de volgende artikelen:

Een vergeten dichter over Jezus’ lijden (L.F. Kosten MA, Kapelle)

Als duidelijkste voorbeelden van de barok werden ze tijdens mijn studie Nederlands vaak aangehaald, enkele gedichten van Dullaert. Ze gaan over Jezus’ lijden voor zondaren. Het zijn er acht in totaal. Ik neem de helft ervan op en licht ze toe. Behalve onderstaande gedichten zijn er gedichten over Petrus, die zijn Meester verloochent,over Jezus die bij Herodes bespot wordt, over Zijn vijf wonden en over de speer waarmee Hij doorstoken werd. Maar eerst beantwoord ik de vraag wie Dullaert was.
Download het hele artikel.

Angelus Merula (1487-1557) en zijn inquisiteurs (Dr. A. Bas, Kornhorn)

Angelus Merula (of, zoals hij zichzelf noemt: Engel Willemszoon) heeft het naar eigen zeggen niet getroffen met zijn inquisiteurs. Als hij na het (eerste) proces dat tegen hem gevoerd is, terugkeert op de Voorpoort in Den Haag, beklaagt hij zich over ‘die getabberde achter-klappers ende faem-roovers’. Een kwalificatie,die aan duidelijkheid weinig te wensen over laat. Maar wie waren precies deze inquisiteurs, en hoe zijn ze te werk gegaan? Over die vraag gaat dit artikel.

Guido de Brès en zijn gebedsleven (Dr. P. Korteweg, Oud-Beijerland)

‘Eeuwige God en almachtige Heere, Vader van alle barmhartigheid. Door de vele schulden en ontelbare zonden, die wij zonder ophouden begaan tegen Uw Goddelijke Majesteit, zijn wij het niet waardig Uw eigendom te zijn en geteld te worden bij de kudde van de schapen Uwer weide. Veel meer verdienen wij het dwalende te blijven in de duisternis van dwaling en bijgelovigheid dan dat wij verlicht zouden worden door het onbeschrijfelijke licht van Uw hemelse waarheid.’

‘Woord van herinnering en vermaning’ (Dr. J.D.Th. Wassenaar, Hellendoorn)

Enige tijd geleden kreeg ik een uit 1859 daterende pennenvrucht in handen. Op de titelpagina staat ‘Geschenk aan W. Strunk’, boven aan de eerste pagina ‘Aan W.Strunk’ en ‘Tot een aandenken aan uwe Belijdenis’. Op de voorlaatste pagina spreekt de auteur over een ‘woord van herinnering en vermaning’. Hij voegt er aan toe, dat het nimmer kan dienen als bewijs van lidmaatschap. ‘Bij vertrek naar elders, moet een kerkelijke attestatie ten spoedigste door u worden gevraagd en ingeleverd.’

Menno Simonsz. 450 jaar geleden gestorven (Dr. C. van den Berg, Zwijndrecht)

Tot de invloedrijkste predikanten van Nederlandse afkomst kunnen wij Menno Simonsz. rekenen. Hij stierf ruim 450 jaar geleden. Dat wordt op verschillende wijzen herdacht. Hij behoorde tot een belangrijke stroming van het protestantisme, die van de doopsgezinden of baptisten. Bekende baptisten waren Bunyan, Philpot en Spurgeon, Jan Luyken, de Amerikaanse president Carter en vele anderen. Ook de dichter Vondel was van doopsgezinde afkomst.

Nader beschouwd – Mis als ‘vervloekte afgoderij’? (Dr. K. van der Zwaag, Barneveld)

De mis blijft als “vervloekte afgoderij” gewoon in de Heidelbergse Catechismusstaan, als het aan de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt ligt. De classis Harderwijk heeft recent een verzoek afgewezen dat de kerk van Barneveld-Voorthuizen vorig jaar had ingediend. Een Benedictijner monnik van de Abdij van Egmond reageerde in de pers geprikkeld over de gewraakte zinsnede in decatechismus. De mis is geen offer, schreef hij. Maar klopt dat?

Ten Kate over het jong gestorven kind (L.F. Kosten MA, Kapelle)

Hun kunst mag dan verguisd zijn door wereldse critici, dat wil niet zeggen dat christenen niet zelf een mening mogen hebben over de zogenaamde predikant-dichters van de 19e eeuw. Toegegeven: hun zelfkritiek had groter mogen zijn, maar als ze op de toppen van hun kunnen komen, maken ze werk dat we niet nonchalant voorbij hoeven te gaan. In de nieuwste literatuurgeschiedenis Alles is taal geworden (2009) benadert Willem van den Berg het werk van de predikant-dichters vanuit hun tijd. Dat levert al een ander beeld op. Velen waardeerden de voordrachten van deze mannen in een eeuw waarin gemeenschapsleven sterk was, blijkt uit zijn publicatie.

‘Woord van herinnering en vermaning’ (Dr. J.D.Th. Wassenaar, Hellendoorn)

Dit is het tweede deel van het tweeluik over het uit 1859 daterende ‘Geschenk aan W. Strunk’. Op de voorlaatste pagina spreekt de auteur over een ‘woord van herin-nering en vermaning’. De auteur stelt deze Strunk, zo zagen we in de eerste artikel,de vraag ‘Wat hebt gij daar gedaan’? Vervolgens wijst hij Strunk op de noodzaak dat zijn levenspraktijk in overeenstemming moet zijn met zijn belijdenis. Het is een gevaar om het voornemen, getoond bij het doen van belijdenis, niet in daden tot uitdrukking te brengen.