In het nummer van december 2011 staan de volgende artikelen:
Geschiedenis is recht doen aan gestorven mensen (Drs. A.A. van der Schans, Bodegraven)
Op 21 november 2011 is Arie Theodorus van Deursen op tachtigjarige leeftijd in een verpleeghuis in Oegstgeest overleden. Zes weken hiervoor sprak hij bij de presentatie van zijn nieuwste boek In Katwijk is alles anders: een christelijk dorp ontmoet de wereld, 1940-2005 dat het geen toeval, maar een zegen was, dat hij te midden van zijn vrouw, kinderen en vrienden, deze presentatie vanuit zijn rolstoel kon meemaken. In deze enkele zinnen, beleed Van Deursen opnieuw zijn christelijke levensovertuiging. Een overtuiging die in dienst heeft gestaan van zijn grote liefde: vertellen over gewone mensen in de geschiedenis. Download het hele artikel.
Predikanten in Duitse kampen (Prof. Dr. G. Harinck, Amersfoort)
Aan de stroom publicaties over de Tweede Wereldoorlog lijkt geen einde te komen. De oorlog is na 65 jaar wel met pensioen, maar de historici schrijven er rusteloos over. Wel verschuift de aandacht steeds naar nieuwe thema’s en onderwerpen. Recentelijk stonden vooral de jodenjagers en de NSB-kinderen in de belangstelling en was de vraag aan de orde of de Nederlandse bevolking tijdens de bezetting niet goed was en niet fout – ‘grijs’- of dat er toch van ‘helden’ gesproken kan worden.
Katholien breed en bevindelijk diep (Ds. A. Beens, Barneveld)
“Tijdens een bijeenkomst van het Christelijk Conservatief Beraad in juni te Barneveld zou het het best kunnen gaan “over ds. J.T. Doornenbal of dr. W. Aalders”, aldus de suggestie van de uitnodiger voor deze bijeenkomst. Eigenlijk vond ik dat wel gelukkig, want van mannen als Edmund Burke en Alexis de Tocqueville weet ik, vooral via Andreas A.M. Kinneging, wel wat maar niet genoeg om het lef te hebben over hen in zo’n uitgelezen gezelschap een verhaal te houden. Met Doornenbal ligt dat anders. Enigszins ervaringsdeskundige wil ik mij – bescheiden, dat wel – noemen.
Calvijns brief over De Brès’ belijdenis (Prof. Dr. E.A. de Boer, Kampen)
Toen Guido de Brès een belijdenis voor de Zuid-Nederlandse kerken opstelde nam hij de tekst van de kerken in Frankrijk als voorbeeld. De nationale synode te Parijs had in 1559 haar Confession de foy in 40 artikelen opgesteld: ‘Belijdenis van het geloof, afgelegd vanuit gezamenlijke overeenstemming door de Fransen die willen leven naar de zuiverheid van het evangelie van onze Heer Jezus Christus’. Opvallend is hoe De Brès’ zijn titel vrijwel identiek formuleert en zijn eigen landstreek specificeert: ‘Belijdenis van het geloof, afgelegd door de gelovigen die zich in de Lage Landen bewegen en willen leven naar de zuiverheid van het evangelie van onze Heer Jezus Christus’.
Gesignaleerd (Ds. L.J. Geluk)
Ja, een reis naar Rome is de moeite waard. Wat is daar veel te zien uit de tijd van de antieken, het vroege en middeleeuwse christendom en uit latere tijden. Er zijn prachtige reisgidsen om je voor te lichten en van Robert Hughes kwam dit jaar een pil over de cultuurgeschiedenis van Rome uit, die direct in het Nederlands is vertaald en als titel De zeven levens van Rome meekreeg.
Den Boer zorgde voor commotie – 2 (Dr. G.A. van den Brink, Capelle aan den IJssel)
In twee artikelen komt de studie van dr. W.A. den Boer over Arminius ter sprake. De bespreking bestaat uit vier onderdelen. De vorige keer gaf ik de analyse van Den Boer weer en plaatste daar enkele reflecties bij. In dit tweede artikel zal ik ingaan op de begrippen intellectualisme en voluntarisme, begrippen die Den Boer in zijn onderzoek hanteert en die hij aanwendt om het verschil tussen Calvijn en Arminius te karakteriseren. Tenslotte stel ik de vraag of Arminius als een gereformeerd theoloog kan worden beschouwd, zoals Den Boer betoogt.
Nader beschouwd (Dr. K. van der Zwaag, Barneveld)
Blond, brutaal en bidden. Wie durft zich zo te presenteren? Mariska Orbán, hoofdredacteur van Katholiek Nieuwsblad, houdt in een recent boek onder deze titel protestanten de spiegel voor. “Waarom ik (nog steeds) katholiek ben”, is haar boodschap.
Calvijn en de doperse radicalen (Dr. K. van der Zwaag, Barneveld)
De Geneefse hervormer Calvijn heeft veel met de doperse radicalen te stellen gehad. De doperse zedelijke eis tot heiliging correspondeerde met Calvijns nadruk op de tucht, maar bij Calvijn bloeide de heiliging op uit de rechtvaardiging. Het sola scriptura was bij hem onlosmakelijk verbonden met het sola gratia, terwijl de dopers terugvielen op de vrije wil en daarmee in het roomse synergisme.
Kerstfeest met Jacobus Revius (L.F. Kosten MA, Kapelle)
Sinds Revius zijn gedichten schreef, zijn er al verschillende eeuwen voorbijgegaan. Toch blijft zijn poëzie boeien. Ook de 21e-eeuwer kan ‘genieten’ van zijn werk, als hij over het oude Nederlands heen kan stappen. In deze bijdrage stel ik u vier van zijn meer of minder beroemde gedichten voor. Lang voor Kerst had God gedachten van vrede gekoesterd. Revius schrijft erover in Verkiesinge. Daarna volgen de gedichten over de kersttijd zelf. Ten slotte laat de dichter uitkomen dat Gods liefde voor zondaren gestalte moet krijgen in liefde voor elkaar.