In het nummer van juni/juli 2011 staan de volgende artikelen:
Rooms gedachtegoed slechts indirect aanwezig (Dr. K. van der Zwaag, Barneveld)
Een beschrijving van het leven van Jezus dat typisch-roomse ideeën slechts verhult aan de orde stelt. Zo kan men het tweede deel van Ratzingers Jezus-biografie typeren. Vergeleken met veel modern-theologisch gedachtegoed is het een verademing om in dit boek kennis te nemen van Bijbelse grondlijnen. Op het punt van de kerk en de eucharistie zijn echter vragen te stellen.
Download het hele artikel.
De Brès als martelaar gestorven (Dr. P. Korteweg, Oud-Beijerland)
‘O Heere, aanschouw Uw arme volk met medelijden, waarvoor Uw Zoon, onze Heere Jezus Christus, Zijn lichaam en bloed geofferd heeft en geheiligd, en verhinder dat uw arme schapen zo tot een prooi worden om verslonden te worden door al deze beesten. Want wij worden dagelijks aangevallen door zo veel vijanden die de duivel tegen ons in het geweer roept om bij onze Heere Jezus Christus vandaan te gaan en Zijn evangelie af te zweren,’ zo schreef Guido de Brès eens. Hij is als martelaar gestorven. Wat betekende het martelaarschap voor Guido de Brès?
De geloofsdoop en de heilige gemeente (Dr. K. van der Zwaag, Barneveld)
De eerste doperse gemeenschappen kenmerkten zich door de praktisering van de geloofsdoop. De verwerping van de kinderdoop had alles te maken met hun visie op de gemeente als een heilige gemeenschap zonder vlek of rimpel.
‘Eigen meester, niemands knecht’ (Dr. R. Bisschop, Veenendaal)
Tijdens de zangles op de lagere school leerden we in de vijfde klas ‘Een lied van Nederland’. Daarvan luidt het eerste couplet: Alle man van Neêrlands stam / voelen zich der vaad’ren zonen; / willen vrij op ’t plekje wonen / dat hun tot een erfdeel kwam. / Eigen meester, niemands knecht, / recht en slecht./ Stalen vuist en rappe hand, zo is ‘t volk van Nederland.
De zwanenzang van L.W.C. Keuchenius (L.J. van Valen, Dordrecht)
Mr. L.W.Ch. Keuchenius (1822-1893) was één van de voormannen van de Anti-Revolutionaire Partij. Geboren in Nederlands-Indië heeft hij daar een groot deel van zijn leven doorgebracht en daar verschillende juridische functies bekleedt. In Nederland werd hij secretaris-generaal van de koloniën. Van 1866 tot 1893 was hij lid van de Tweede Kamer, met onderbreking van 1888-1890 toen hij in het kabinet-Mackay minister van koloniën was. Hij overleed na een smartelijk ziekbed op 17 december 1893.
Relatie tussen genade, geloof en werken (Dr. P. De Vries, Boven-Hardinxveld)
Hoe moeten wij de relatie tussen genade, geloof en werken verstaan? Dit is één van de belangrijkste vragen die in de theologie kunnen worden gesteld. Vooral de brieven van de apostel Paulus zijn in dit verband van belang. De Reformatie heeft heel nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen rechtvaardiging en heiliging. Rechtvaardiging betekent volgens de Reformatie vrijspraak op grond van de toegerekende gerechtigheid van Christus. Een thema dat actueel blijft, ook in 2011.
Nader Beschouwd (Dr. K. van der Zwaag, Barneveld)
Een recente oproep van een Duits rooms-katholiek leider aan Duitse protestanten om officieel afstand nemen van Luthers uitspraak over de paus als de antichrist riep de nodige commotie op. Heeft Rome dan geen aanleiding tot zelfkritiek? Onthullend was de reactie van Duitse protestanten dat deze uitspraak van Luther al lang achterhaald was.
Dr. G. Oorthuys verdient een biograaf (H. Boele, Hendrik-Ido-Ambacht)
“Wie geestelijk wil wezen is het niet, is een Wetsdienaar en overtreder en wordt door de Wet verdoemd. Maar wie ongeestelijk als hij is op de genade van Christus hoopt, die ontvangt den Heiligen Geest en wandelt door den Geest in alle gerechtigheid.” Dit zijn woorden die de predikant G. Oorthuys uitsprak toen hij zich in 1910 verbond aan de hervormde gemeente te Amsterdam. Een zinsnede die erg doet denken aan de predikant uit Elberfeld, de bekende H.F. Kohlbrugge. Diens theologie heeft dan ook een duidelijk stempel gedrukt op de prediking van Oorthuys.
Behoefte aan diacones in eigentijdse vorm (mw. L.M. de Pater)
In de kloosterverpleging is omstreeks de 12e eeuw een teruggang gekomen en daarmee kwam de verpleging op een lager peil. Door het ingrijpen van de stadsbesturen werden de zieken ondergebracht in speciaal voor hen gebouwde gast- of godshuizen. De leiding kwam in handen van wereldlijke bestuurders: regenten en regentessen met zaalknechten en –meiden en vroedvrouwen en zij hielpen de chirurgijns.
Jacobus Revius schreef een toneelstuk (L.F. Kosten MA, Kapelle)
U gelooft het of niet, maar het is toch echt waar: een van de geleerde predikanten die meewerkte aan de totstandkoming van de Statenvertaling, de Bijbelvertaling uit 1637, heeft ooit een toneelstuk geschreven. Dat moet wel verbazen, want gereformeerden (nu: reformatorischen) waren en zijn tegen toneel. Hoe zit dat precies? Voordat we op die vraag antwoord geven, kijken we eerst eens in welk boek het toneelstuk staat. Daarna willen we weten hoe gereformeerden in de 17e eeuw over toneelspel dachten en ten slotte gaan we na of deze dominee, die ook dichter was, nu wel of niet over de schreef ging.